Archeologisch tuinieren met potten

Doos nummer 549. Vers uit het depot, zwaar en nog met onbekende inhoud. Langzaam til ik het deksel op en ik kijk naar ongeveer twintig plastic zakken. Al deze zakken zijn gevuld met honderden potscherven. Een voor een maak ik de zakken open, bestudeer elke scherf zorgvuldig en verzamel zoveel mogelijk gegevens. Als ik de hele doos heb doorgespit en in kaart gebracht en de gegevens heb opgeslagen in een Excel document haal ik even rustig adem, neem een slok van mijn koffie, en kijk met spanning naar doos 550.

Niek van Eck, stagiair van de Saxion Hogeschool te Deventer

Bovenstaand tafereel is voor mij inmiddels zeer vertrouwd. Als vierdejaars student aan de Saxion Hogeschool in Deventer is voor mij de tijd aangebroken om te werken aan mijn eindscriptie. Door een samenloop van omstandigheden heb ik de bijzondere kans gekregen om mij voor een tijd te storten op een stuk van de collectie van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (KZGW). Onder begeleiding van conservator Aagje Feldbrugge heb ik mij de afgelopen maanden beziggehouden met het documenteren en determineren van het vroegmiddeleeuwse aardewerk (voornamelijk) afkomstig van het strand bij Domburg. Het is niet zomaar dat de vondsten afkomstig zijn van dit strand. In de vroege middeleeuwen (grofweg van 500 tot 1000) bevond zich op het eiland Walcheren een vroegmiddeleeuwse nederzetting genaamd Walichrum. Dit was een speciale locatie. Niet alleen vanwege de vermoedelijke rijkdom, de ringwalburgen in de omgeving en de unieke cultuur die zich daar heeft ontwikkeld, maar ook door bezoek uit het hoge Noorden.

In de 9e eeuw na Christus is de handelsnederzetting Walichrum bezocht door Vikingen! En dit maakt het tot een unieke locatie in Nederland. Dorestad was altijd het epicentrum van vikingactiviteit in Nederland maar er wordt de laatste tijd veel onderzoek gedaan naar de invloed van deze Scandinavische avonturiers en dat levert interessante nieuwe perspectieven op. Op Walcheren wordt men zich steeds meer bewust van het vikingverleden. Uit onderzoeken naar vondsten gedaan in de omgeving bleek al dat er wel degelijk vikingsporen zijn achtergelaten. Maar veel van het aardewerk in het bezit van het genootschap is nog niet gebruikt om te kijken naar die vroegmiddeleeuwse periode.

En dit is precies waar ik om de hoek kom kijken. De aardewerkcollectie van het KZGW zit bomvol met informatie die staat te springen om ontdekt te worden. En het is een prachtige kans en een hele eer om je daar als student op te mogen storten. De vroege middeleeuwen spraken altijd al tot mijn verbeelding, maar aan de hand van grondig onderzoek wil ik de periode uit mijn verbeelding naar de werkelijkheid brengen. Dit doe ik door vragen te stellen zoals: Wat was de aard van de Scandinavische aanwezigheid in de vroege middeleeuwen? Hoe kunnen honderden losse scherven gevonden op een strand iets vertellen over het leven van mensen duizend jaar terug? En wat schieten wij daarmee op in het heden?

Als archeoloog is het prachtig om dit soort vragen te mogen stellen. En dankzij het KZGW is het nu aan mij als student om te laten zien dat ik ook weet hoe je vragen moet stellen. En of je dan altijd de sleutel vindt tot het antwoord op je vraag weet je nooit. Maar antwoorden groeien op vragen zoals planten op vruchtbare grond. En het is met veel plezier dat ik bij het KZGW archeologisch tuinier naar een breder begrip van ons vroegmiddeleeuwse verleden. Op Walcheren en in Nederland.

Niek van Eck, stagiair van de Saxion Hogeschool te Deventer