Handschriften

Conservator: Ronald Rijkse

Het inrichten van een bibliotheek behoorde tot de taken die het Zeeuws Genootschap zich bij de oprichting in 1769 stelde. Drie manieren van acquisitie speelden daarbij een rol: aankoop, schenking en legatering. En dat is anno nu eigenlijk nog steeds zo, alhoewel de bepaling in het reglement van 1801 dat ieder lid tijdens zijn leven of bij overlijden een object moest schenken, en dat kon dus een boek of handschrift zijn, (helaas) niet meer bestaat. Dat betekent dat het Zeeuws Genootschap niet alleen een van de oudste wetenschappelijke genootschappen van Nederland is, maar ook het enige nog verzamelende  genootschap.

Een van de twee overgebleven bladen van een Bijbels handschrift, geschreven op perkament en fraai versierd met miniaturen. Dit blad bevat het begin van het (apocriefe) bijbelboek Judith en de miniatuur toont Judith met het hoofd van de Assyrische legeraanvoerder Holofernes, ca. 1435/1440 (PLA 313).

Een van de twee overgebleven bladen van een Bijbels handschrift, geschreven op perkament en fraai versierd met miniaturen. Dit blad bevat het begin van het (apocriefe) bijbelboek Judith en de miniatuur toont Judith met het hoofd van de Assyrische legeraanvoerder Holofernes, ca. 1435/1440 (PLA 313).

Binnen de Genootschapsbibliotheek gingen de handschriften een afzonderlijke verzameling vormen die in de 19de eeuw eigen catalogi kreeg: J.P. van Visvliet, Inventaris der handschriften van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (Middelburg 1861) en F. Nagtglas, Vervolg op den inventaris der handschriften van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (Middelburg 1869). In 1904 werden de handschriften, wegens ruimtegebrek, in bruikleen gegeven aan de in 1859 opgerichte Provinciale Bibliotheek van Zeeland, thans Zeeuwse Bibliotheek. In mei 1940 werd de bibliotheek zwaar getroffen bij het bombardement van Middelburg. Hier werd ook het handschriftenbezit van het Genootschap slachtoffer van. Ooggetuigen vertelden dat het snippers en bladen van middeleeuwse handschriften regende en restanten daarvan in de huidige collectie getuigen daarvan. Zo bleven slechts twee beschadigde bladen over van een prachtig met miniaturen versierde bijbel uit ca. 1435/1440 en een psalmenvertaling op perkament van omstreeks 1534 die verkreukeld maar voor het grootste deel nog redelijk leesbaar als symbool van de oorlogsramp fungeert. Veel handschriften bleven echter, al of niet met waterschade, gespaard.

De handschriften (ca. 6500) zijn thans in zuurvrije enveloppen en dozen opgeslagen in de klimatologisch goed geoutilleerde kluis van genoemde instelling. Als bruikleennemende instelling is zij verantwoordelijk voor het fysieke beheer en de ontsluiting. Ze zijn voor het overgrote deel opnieuw beschreven en via de digitale catalogus van de Zeeuwse Bibliotheek te raadplegen. Door de ramp van 1940 zijn een groot aantal handschriften hun eigendomskenmerken kwijt geraakt: wat is oorspronkelijk van de bruikleennemende en wat van de bruikleengevende instelling? Hiernaar wordt onderzoek gedaan.

Het grootste deel van de handschriftenverzameling beslaat de periode 18de en 19de eeuw. De collectie heeft betrekking op een groot aantal onderwerpen die tot de belangstellingssfeer van het Genootschap behoorden: theologie, archeologie, geschiedenis, naturalia, etnografica, land- en volkenkunde, reisjournalen. flora en fauna, literatuur, geneeskunde. Een groot deel betreft correspondentie tussen wetenschappers of aantekeningen voor eigen gebruik. Waardevol zijn afschriften van thans verloren gegaan archiefmateriaal, onder meer uit het in 1940 verbrande Middelburgse stadsarchief.

Het zal niet verbazen dat veel handschriften, door de auteur of het onderwerp, betrekking hebben op Zeeland en zijn historie. Sommige personen vormden een archief voor eigen doeleinden, zoals J. ab Utrecht Dresselhuis (1789-1861), J. Ermerins (1725-1795), D.H. Gallandat (1732-1782), N.C. Lambrechtsen (1752-1823), F. Nagtglas (1821-1902), Jona Willem te Water (1740-1822) en C.A. Rethaan Macaré (1792-1861).

Buginees handschrift uit Zuid-Sulawesi, het vroegere Celebes. Dit met fascinerende illustraties verluchte handschrift vertelt het verhaal over de schepping van de wereld, 19de eeuw (hs. 8018).

Buginees handschrift uit Zuid-Sulawesi, het vroegere Celebes. Dit met fascinerende illustraties verluchte handschrift vertelt het verhaal over de schepping van de wereld, 19de eeuw (hs. 8018).

Ook handschriften uit andere delen van de wereld zijn vertegenwoordigd, waaronder een zeldzaam fascinerend geïllustreerd Buginees handschrift uit het zuiden van Sulawesi, het huidige Celebes, alsmede Arabische handschriften en een verzameling 19de eeuwse brieven, notities, tekeningen, kaarten en ambtelijke rapporten van C. J.M. Nagtglas (1814-1897), die betrekking hebben op de vroegere Nederlandse kolonie aan de Goudkust, thans een deel van Ghana, waar hij in de periode 1857-1872 gouverneur was.

 

 

 

Aantekeningenboekje van de dichter Jacobus Bellamy met proeve van een gedicht, ca. 1779/1782 (hs. 6111).

Aantekeningenboekje van de dichter Jacobus Bellamy met proeve van een gedicht, ca. 1779/1782 (hs. 6111).

Kaart van Nepal door Samuel van de Putte, ca. 1730 (hs. 3531).

Kaart van Nepal door Samuel van de Putte, ca. 1730 (hs. 3531).

Niet onvermeld mag blijven de grote verzameling brieven en gedichten van de in Vlissingen geboren vroegromantische dichter Jacobus Bellamy (1757-1786) en zijn vriendenkring en de collectie die betrekking heeft op de archeologische vondsten aan de kust bij Domburg in 1647 en later van de Nehalennia altaren aldaar. van bijzonder belang zijn de overgebleven documenten die verband houden met de Vlissingse ontdekkingsreiziger Samuel van de Putte (1690-1745, zoals door hem getekende kaartjes die het oudste kaartmateriaal van bepaalde streken in Centraal-Azië zijn, waaronder Tibet en Nepal. Maar ook brieven over de aanleg van de Zeeuwse spoorlijn in de 19de eeuw treft u in de verzameling aan.

Brief van 1846 met in de marge twee kleine strengen haar opgeplakt van de gebroeders Evertsen: de lichtblonde van Johan naast de donkerblonde van Cornelis (hs. 6786 L).

Brief van 1846 met in de marge twee kleine strengen haar opgeplakt van de gebroeders Evertsen: de lichtblonde van Johan naast de donkerblonde van Cornelis (hs. 6786 L).

Tot de curiosa behoort zeker een blad papier uit 1846 met daarop twee plukjes hoofdhaar van de gebroeders Johan en Cornelis Evertsen, luitenant-admiraals van Zeeland. Deze werden bij de plechtige herbegrafenis in de Wandelkerk, het gedeelte tussen Nieuwe Kerk en Koorkerk, te Middelburg in 1818 uit het graf ‘weggenomen’.

Een aparte plaats neemt het omvangrijke Genootschapsarchief in, een in Nederland zeldzaam voorbeeld van een archief van een eeuwenoude wetenschappelijke instelling, dat van bijzonder belang is als bron voor de geschiedenis van de wetenschapsbeoefening in de 18de eeuw. Dit archief wordt in het Zeeuws Archief bewaard en is aldaar te raadplegen.

Kortom, de handschriftencollectie van het Zeeuws Genootschap bevat een schat aan (nog onbekend) historisch materiaal en de conservator heeft zich tot taak gesteld om, in navolging van de eerder genoemde, uit de 19de eeuw stammende, inventarissen van Van Visvliet en Nagtglas, een nieuwe digitale inventarisatie te maken die in de toekomst op deze site zal worden geplaatst.